Tijd

Ik worstel met de tijd. Alledaagse klussen trekken mijn aandacht en strijden om voorrang. Als ik deze innerlijke pelgrimage wil volbrengen zal ik daar bewust tijd voor moeten inplannen. De laatste dagen speelt er een zin uit Wagners opera Parsifal door mijn hoofd : Zum raum wird hier die zeit. De tijd wordt hier tot ruimte. Kennelijk is tijd geen vaststaand gegeven. Onze omgang ermee bepaalt hoe hij zich manifesteert.

Het mooiste boek dat ik ooit over tijd las is Momo en de tijdspaarders van Michael Ende.

Momo is een meisje dat leeft in een amfitheater aan de rand van een klein stadje. De mensen leven er in pais en vree tot ze geconfronteerd worden met de zogeheten tijdspaarders. Grijze heren die iedereen aansporen efficiënter om te springen met de tijd. De ruimte die daarmee gewonnen wordt, kan worden besteed aan de écht belangrijke dingen in het leven.

Momo’s stadsgenoten geven massaal gehoor aan deze verleidelijke belofte van tijdwinst. Iedereen richt zijn tijd steeds efficiënter in. Niemand heeft meer tijd voor een praatje of een kopje koffie. Elk snippertje tijd wordt zinnig benut. Gedaan is het met al het gelanterfanter. Verwachtingsvol ziet het stadje uit naar het vrijkomen van alle gespaarde tijd, maar het tegendeel gebeurt. De inwoners beginnen te lijden aan een chronisch gevoel van tijdgebrek. Ze hebben alleen nog maar tijd om te werken. Het stadje verkilt.

Het is een fascinerende paradox dat het najagen van tijdwinst geen tijd oplevert, maar tijd rooft. Hoe is dat mogelijk? Joke Hermsen maakt in haar boek Stil de Tijd, een verschil tussen kloktijd en innerlijke tijd. Kloktijd is de tijd van het horloge. De kalender. Onze agenda. Het is de tijd van internationale afspraken, die vooral onze economie dient. Onze innerlijke tijd is afgestemd op het licht: op de zon die op en onder gaat, op de seizoenen die verschuiven en – zo stel ik me voor – op het ritme van onze eigen stap. Wie een voettocht maakt hervindt zijn eigen ritme. Zijn eigen innerlijke tijd. Er is geen voertuig dat het ritme versnelt. De wereld krimpt naar je eigen (tijd)maat. Hij is weer te bevatten.

Alle technologie om ons heen werkt verstorend op ons innerlijke ritme. Via beeldschermen krijgen we de hele wereld voorgeschoteld. Niet tastbaar concreet via onze eigen zintuigen, maar virtueel. Daarmee vallen we als het ware buiten de tijd. Buiten dat wat we kunnen behappen. De menselijke maat is zoek geraakt. De smartphone beloofde – net als de grijze heren – dat hij ons tijd zou besparen. Zoveel handige apps. Alle communicatie gebundeld in één apparaat. Maar ook hier blijkt de belofte van efficiëntie in zijn tegendeel te verkeren: de smartphone heeft ons geen tijd bespaard. Integendeel. We zijn drukker dan ooit. Onze jacht naar steeds snellere apparaten, heeft ook de tijd opgejaagd. Hij vliegt voorbij.

Tijd moet je maken. Zoveel is me duidelijk. Niet door efficiënter met je tijd om te gaan – die logica geldt alleen in het domein van de kloktijd – maar juist door te vertragen. Te lummelen. Verveling toe te staan. We moeten onze wereld kleiner maken. Minder prikkels tot ons nemen. Niet sneller bewegen maar langzamer. Alleen dan kan de tijd tot ruimte worden. Alleen dan kunnen we weer rustig ademen, leven, pelgrimeren.

Picture of Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *