Ontwikkeling

Pelgrims zijn mensen die geloven in ontwikkeling. Wie op weg gaat veronderstelt de mogelijkheid tot verandering. Je zet jezelf in beweging, omdat je gelooft dat dat nieuwe inzichten en betekenis kan brengen. In onze moderne tijd is dat idee, van de zichzelf onwikkelende mens, een achterhaalde opvatting. Zelfontwikkeling veronderstelt immers de aanwezigheid van een instantie – ik noem dat het ‘ik’ – die aan zichzelf kan werken. Die zijn leven in vrijheid vorm en zin kan geven. Voor wie gelooft in de mens als een evolutionaire toevalligheid, een genetisch bepaalde bio-machine, is zo’n opvatting onmogelijk. Het materialistisch denken, dat onze wereld in de greep houdt, is ertoe veroordeeld om de mens als onvrij te zien, aangestuurd door chemische stofjes en vurende elektronen en bepaald door omstandigheden. Een aangeklede aap, een brein, een algoritme. In ieder geval geen pelgrim op weg naar een hoger doel.

Pelgrims veronderstellen een andere werkelijkheid naast de stoffelijke werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin ruimte is voor iets geestelijks, iets dat niet bepaald wordt door natuur- of biologische wetten. Iets immaterieels dus. Dit geestelijke ‘ik’ maakt het werken aan onszelf mogelijk. Het maakt dat we ons kunnen verheffen boven momentane impulsen, boven de hedonistische jacht op alles wat lekker is, boven gevoelens van antipathie, xenofobie of uitsluiting. Het ‘ik’ kan alles overzien, in ogenschouw nemen en kiezen. Dit gevoel volg ik wel, dat gevoel niet. Dit doe ik wel, dat niet. Ons ik is ten diepste vrij. Het maakt van ons leven een biografie in plaats van een aaneenschakeling van toevalligheden.

Elke dag als door het park wandel kom ik langs een veelzeggend beeld.* Op een halve ronde bol van gemetselde baksteen, zitten twee bronzen figuren die er op het eerste oog uitzien als mensen, maar in tweede instantie mens-dieren lijken te zijn. Hun armen zijn namelijk uitgegroeid tot ‘poten’. Iedere dag ervaar ik dat beeld als een appèl. Het doet me beseffen dat mens-zijn niet vanzelfsprekend is. De mens moet zichzelf steeds realiseren, zichzelf uittillen boven het dierlijke in hem. Dat proces begint bij toegeven dat hij geen dier onder de dieren is en ook geen evolutionaire toevalstreffer in een goddeloos universum. Mensen zijn niet enkel stof die tot stof wederkeert, we dragen ook iets geestelijks in onszelf en dat betekent dat onze bestemming verder reikt dan survival of the fittest. Verder ook dan onze fysieke dood.

In die context heeft een pelgrimage zin. Je bewandelt het pelgrimspad immers niet als lichaam, maar als belichaamde geest. Je wandelt ook niet naar een fysieke bestemming, maar naar een mysterieplaats. Daar waar God en wereld elkaar raken.

Pelgrims geloven in de mens als geestelijk wezen. Daarom geloven ze in ontwikkeling en in de zin van het bestaan.

*Herman Makkink, Zonder titel (2004)

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

2 reacties

  1. Je tocht intrigeert me. Het lijkt me heel moeilijk om je volledig in het proces van pelgrimeren te storten vanuit je eigen huis en de dagelijkse beslommeringen zo dicht om je heen? Ik ben toch geneigd te denken aan de noodzaak van fysieke zware barre tochten. De natuur, de stilte, de eenzaamheid die helpend zijn om naar binnen te kunnen keren. Hoe zorg je ervoor dat je je focus houdt? Heb je contact gehad met anderen die op deze manier het proces aangingen? (Zoals je onderweg bij je route op bekende pelgrimstochten ook mensen ontmoet die hetzelfde proces zijn aangaan)

  2. Dag Elisabeth,
    In het boek dat ik als basis voor mijn pelgrimage gebruik, staan ook ervaringsverhalen. Die zijn inspirerend. Vroeger was er kennelijk ook een forum dat hoorde bij het boek, maar dat is er inmiddels niet meer. Jammer, want je hebt gelijk, reisgenoten houden je scherp en helpen je om door te zetten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *