Waarnemen met je hart

Terwijl ik wacht op mijn trein, waait er een witte plastic zak voorbij. Met mijn ogen volg ik hem. Hij ligt stil, trilt lichtjes, bolt op en waait weg tussen de benen van reizigers door. In een fractie van een seconde schiet er een gedachte door me heen: wind en zak zijn als lichaam en geest. Het zichtbare en het onzichtbare. Zouden we niks van de wind afweten, dan lijkt de zak uit zichzelf te bewegen. Pas als je het onzichtbare kent, snap je wat er gebeurt.

Toch zeggen hersenwetenschappers dat alleen de zak bestaat. En dat die uit zichzelf beweegt. Hoe dat kan blijft een raadsel, maar omdat we in een tijd leven waarin alleen zichtbare bestaansrecht krijgt toegekend, is er geen andere verklaring mogelijk. Het idee dat hersenen de zichtbare buitenkant vormen van een onzichtbare ziel of geest, is binnen dit paradigma flauwekul. Net als het feit dat wij onszelf beleven als een ‘ik’. Dat is slechts schijn. Hersenen zijn de enige actoren in de fantasie die wij ‘ons leven’ noemen.

Maar niet alleen de manier waarop we naar onszelf kijken is gevormd door het wetenschappelijk dogma dat alleen in zelfbewegende plastic zakken gelooft. Ook de manier waarop we naar de wereld kijken wordt erdoor bepaald. We menen de wereld te ‘kennen’, maar onze kennis is van een heel bepaalde soort. Het is kennis van de buitenkant van dingen, want ziel en geest zijn ook hier uit onze waarneming verbannen. Maar is dat terecht? Antoine de Saint-Exupéry schrijft in De kleine prins: “Het is heel eenvoudig. Alleen met je hart kun je goed zien. Het wezenlijke is onzichtbaar voor het oog. Dat is een waarheid die de mensen vergeten zijn.”

Het boek dat ik tijdens mijn innerlijke pelgrimage gebruik, heeft als ondertitel: Schrijvend op weg naar je hart. Dat klinkt veelbelovend, maar wat betekent het? Voor mij is op weg gaan naar je hart, het streven om voorbij de buitenkant van dingen te leren kijken. Naar hun essentie. Heel af en toe lukt me dat. Bijvoorbeeld als ik de bomen om me heen opeens kan zien als wezens. Als ik niet blijf steken in het vergaren van kennis over hun uiterlijke kenmerken – dat is slechts de eerste stap –  naar de wil heb om ze echt te ontmoeten. Om niet alleen naar hun zichtbare buitenkant, maar ook naar hun karakteristieken te kijken. Daarvoor moet ik mijn hart laten spreken. Me inleven in de boom. Ik moet zien hoe de Es zijn gevederde blad opent voor de zon, waardoor er een prachtig kleurenspel ontstaat op takken, stam en grond. Oog hebben voor de wijze waarop de de beuk zijn bladeren juist heel dichtweeft, waardoor er geen greintje zonlicht doorheen valt. Essen voelen speels, daar wil je onder BBQ-en. Een beukenbos maakt stil en nodigt uit tot reflectie en contemplatie.

Als je de stap maakt van objectieve kennis vergaren naar inlevend waarnemen, kan het onzichtbare zich tonen. Dan kun je ervaren wat de zak, de boom, de mens, beweegt. Wat hem bezielt. Dan leer je hem op een andere manier kennen. Voor de wetenschap is deze fenomenologische kennis subjectief en dus niks waard, maar ik heb het gevoel dat ik een verloren stuk van de wereld terugvind, waar leven, ziel en geest zich ophouden. En mijn hart juicht.

Picture of Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *