Waarnemen

Het is een open deur. Wie beter kijkt ziet meer. Maar beter kijken is zo eenvoudig niet. Het vraagt om vertraging en herhaling en daar zit precies de moeilijkheid. Nieuwsgierig rondkijken in een omgeving die je al vele malen hebt gezien is lastig. Het onbekende trekt als vanzelf de aandacht, maar wat vertrouwd is denk je wel te kennen. Been there, done that. Maar niets blijkt minder waar. Sinds ik me heb voorgenomen om aandachtiger te kijken, is mijn dagelijkse rondje met de hond veranderd in een spannend avontuur. Keer op keer verbaas ik me over alles wat ik nooit eerder zag.

De bomen, bijvoorbeeld. Die zijn als vreemden voor me. Alsof ik voortdurend over ze heen heb gekeken, wat best bijzonder is gezien hun formaat. De afgelopen weken heb ik bewust hun ontwikkeling gevolgd. Ik heb gezien hoe de storm hen bevrijdde van dor hout en oude vruchten. Hoe hun knoppen zwollen in tal van kleuren en formaten. Hoe divers ze bloeien, met staartjes, trossen, kaarsjes, bloemen. Ik heb mijn hoofd gebroken over een boom die prachtige dieprode staartjes liet vallen tussen knalgele zaadhulsels. Hoe heet je? Wie ben je? Zijn identiteit bleef lang in raadselen gehuld, want mijn bomenapp gaf steeds een ander antwoord en ik blijk niet de enige wandelaar in het park die niets van bomen afweet. Pas toen er pril, roestbruin blad aan zijn takken verscheen dat als koper glanst in de zon, vond ik zijn naam: zwarte balsempopulier. Ik voelde me alsof ik een schat had gevonden. De rest van de wandeling heb ik als een idioot gegrijnsd. De grauwe abeel volgde. Een majestueuze boom met een grijsgeruite bast vol ingekerfde ogen. Hij lijkt me daadwerkelijk aan te kijken en in de vroege middagzon kleurt hij zilver. Dan de es. Met grote zwarte knoppen en zware trossen met vleugelvormige vruchten blijft hij lang zonder blad. Alles om hem heen kleurt groen, maar hij blijft in winterstand. Pas een week geleden zag ik een paar plukjes gevederd blad her en der verschijnen. Sindsdien heeft hij de smaak te pakken en kleedt hij zich vliegensvlug in een luchtig geweven groen.

Eén voor één geef ik de bomen die ik tegenkom een naam en telkens opnieuw ervaar ik het wonder dat zich dan voltrekt: de boom wordt een wezen. Een essentie met een herkenbare identiteit. Niet langer voelt hij als een vreemde. Hij is me bekend en van sommige bomen kan ik me voorstellen dat het vrienden worden. In gedachten groet ik ze als ik langsrijd.

Thuis mijmer ik door over het concept van iets een naam geven. God deed het als eerste. Hij wees de dag en de nacht aan. De hemel, de aarde, de zee. Daarna mocht Adam de dieren een naam geven. Wij geven een naam aan onze kinderen. Dat is een groots gebeuren, want wie een naam krijgt, krijgt bestaansrecht. Daarom is het moeilijker een Bella te doden dan een koe. Of een Eli in plaats van een jood. Daarom zijn er op hondertweeënzestig begraafplaatsen in Nederland herdenkingsmonumenten opgericht voor kinderen die dood geboren zijn en nooit een naam hebben gekregen. Zij moeten alsnog genoemd worden, want daarmee krijgen zij een plek. Worden ze niet vergeten alsof ze er nooit waren.

Namen geven identiteit, bestaansrecht en ze verbinden. Ze zijn een antidotum tegen vervreemding. Dat wat ik bij name ken, zal ik eerder liefhebben en verzorgen. Er is werk voor me aan de winkel, want mijn lijst van dingen die ik niet bij name kan noemen, is lang. Ik zie ernaar uit om ze, één voor één, alsnog te leren kennen.

Picture of Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *