Verbeterzucht

Mensverbetertechnieken. Het woord duikt steeds vaker op in artikelen over bio-technologie en roept positieve associaties op. Immers, het bevat het woord ‘beter’ en ‘verbeteren’, dus dan moet het wel snor zitten. Mijn wasmiddel wordt ook steeds verbeterd. Evenals de verpakkingen waarin mijn eet- en drinkgoed zit. Helaas zegt dat niks. Want sinds Heinz een “handige en verbeterde” spuitdop heeft geïntroduceerd, spuit ik de ketchup voortdurend naast mijn bord, en sinds ik niet meer zelf het hoekje van mijn pak sinaasappelsap mag afknippen, gutst het sap voortdurend over de tafel.

Mijn reserve ten aanzien van mensverbetertechnieken is dan ook groot. Als het al zo mis kan gaan met dode dingen, hoe moet dat dan als er mensen mee gemoeid zijn? Vooruitstrevender personen dan ik, menen dat het prachtig is als er allerhande zaken in het mensdom worden verbeterd, maar ik wil hier graag de vraag opwerpen, wat is beter? En ook, wie bepaalt dat?

Wij mensen worden steeds meer scheppers naast God. Of naast de evolutie, ook goed. Maar wat voor soort scheppers zijn wij? Van God is het duidelijk. Zijn wereld is een wereld van goed en kwaad. Van licht en donker. Gezond en ziek. Leven en dood. Maar ook degenen die in natuurlijke selectie geloven, kan het niet ontgaan dat diversiteit onmisbaar is in evolutie. Populaties met een grotere genetische variatie hebben betere overlevingskansen en evolutionair voordeel blijkt het gevolg van een optimale mix van voor- én nadelen! Heil komt dus niet van enkel pluspunten.

En dan wij mensen. Hoe ziet onze scheppingsdrang eruit? Zullen wij ooit kiezen voor iets wat op het eerste gezicht nadelig lijkt? Zullen wij ooit – zoals God – kiezen voor een schepping waarin het imperfecte, het pijnlijke, het duister, een even belangrijke plaats heeft als het schone, het vreugdevolle, het licht? Ik vrees van niet. Ik vrees dat wij mensen slechts gaan voor de mooie plaatjes. Wij neigen er steeds opnieuw naar te denken, dat ultiem geluk of ultieme vrijheid ligt in de afwezigheid van dat wat ons pijn doet, hindert, de weg verspert. En dat technieken die pijn voorkomen, de weg openen naar vrijheid en geluk.

Maar in onze verbeterzucht dreigen wij weg te gooien wat wij verlangen. Want kun je nog spreken van geluk als ons geluksgen de hele dag aanstaat? Of wordt geluk geboren uit de schoot van ongeluk? En als wij enkel nog het goede kunnen doen, als het criminele gen is uitgeschakeld, hoe vrij zijn wij dan nog in onze keuzes? Is goed nog goed als de mogelijkheid tot kwaad is uitgeschakeld? En ziekte? Wat als kwalen steeds meer bezworen worden? Hoe lang blijven wij het leven als zinvol ervaren als we eindeloos gezond blijven en misschien zelfs niet meer hoeven te sterven?

Het begrip ‘beter’ is zeer relatief. Wat voor het individu goed lijkt, kan ons als soort de das om doen. Het najagen van individueel geluk via biotechnologie, kan het geluk en de ontwikkelingsmogelijkheid van de mensheid als geheel inperken. Steeds opnieuw verbaas ik mij over de wijsheid van God. Of de evolutie, ook goed. Ik besef dat wat wij als duister zien, vanuit een ruimer en langduriger perspectief slechts andersoortig licht is.

Picture of Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *