Keukentafelgesprek

De gemeente Amsterdam voert al een jaar ‘keukentafelgesprekken’. Verwees die term vroeger naar gezelligheid rond een koekjestrommel, met de buurvrouw of vrienden, nu duidt het de gemeentelijke procedure aan, die een zorgvrager moet doorlopen om hulp van de gemeente te krijgen. Bijvoorbeeld bij het huishouden.

Begin november ben ik zelf aan de beurt voor een herindicatie, want vanwege wijzigingen in de WMO moet iedereen opnieuw onder de loep genomen worden.

Braaf vul ik de stapel formulieren in, maak een zorg- en budgetplan en vertrouw erop dat het goed komt. Waarom ook niet? Ik krijg al jaren een PGB (persoonsgebonden budget) en mijn situatie is simpel. Progressieve spierziekte, rolstoelgebonden, alleenstaand, jonge dochter. Iedereen snapt mijn zorgvraag.

De jonge vrouw die uiteindelijk bij mij aan de keukentafel schuift en geen koekje wil, is een medewerkster van de MO-zaak, het orgaan dat de gemeente Amsterdam inhuurt om (her)indicatie-procedures uit te voeren. De Mo-zaak doet onderzoek naar iemands situatie en geeft vervolgens advies aan de gemeente. De gemeente besluit op basis daarvan wat iemand aan hulp krijgt toegewezen. Deze constructie wekt de schijn, dat de MO-zaak onafhankelijk onderzoek doet in opdracht van de gemeente.

Maar helaas. In werkelijkheid loopt de MO-zaak aan de gemeentelijke leiband. Haar advies wordt gestuurd door normtijden, die vooraf door de gemeente zijn vastgelegd. Dat betekent dat de uitkomst van het aantal uren op voorhand vastligt. De keukentafeldame is daar eerlijk over: ‘Ik voer eigenlijk alleen nog maar slecht nieuws gesprekken. Ook u gaat uw uren niet behouden.’ En inderdaad na twee weken ontvang ik de beschikking van de gemeente. Had ik – na een bezwaarprocedure in 2013 – nog recht op 6.5 uur hulp bij het schoonhouden van mijn huis en het doen van de was, nu is dat aantal uren teruggebracht tot 2 uur en 55 minuten per week, terwijl er feitelijk niets in mijn situatie veranderd is.

Wat wel veranderd is, is de gemeentelijke opvatting over huishouding. Amsterdam heeft besloten dat een huis in veel minder uren per week schoon gehouden kan worden. Vijfenzeventig minuten per week acht de gemeente genoeg, en ook de was kan stukken sneller gedaan worden dan vorig jaar. Ik zweer je, de beleidsmaker die dit heeft bedacht, mag onmiddellijk bij mij aan de slag. Want waren de oude indicatie-normen al krap, de nieuwe zijn ronduit lachwekkend. In mijn huishouden zal het wonder zich in ieder geval niet voltrekken dat dezelfde hoeveelheid werk, ineens verricht kan worden in de helft van de tijd. Dat is voorbehouden aan de papieren werkelijkheid van beleidsmakers, met een te krappe beurs.

Conclusie: Onder het mom van herindicatie gesprekken voert de gemeente Amsterdam een snoeihard bezuinigingsbeleid, dat procedureel gezien onfris en verhullend in elkaar steekt. Ze hadden mij beter een brief kunnen sturen met de mededeling: ‘Jammer, onze pot met geld is leeg. U heeft meer zorg nodig, maar helaas, dat is niet ons probleem. Pindakaas.’ Dat zou mij een boel formulieren, een schijnonderzoek aan mijn keukentafel schelen. Natuurlijk zou ik nog steeds bezwaar indienen en uiteindelijk – indien nodig – naar de rechter stappen. Want in Nederland bestaat nog steeds de gemeentelijke zorgplicht. En ook de gemeente Amsterdam zal zich daaraan moeten houden.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *