Drie vingers

De ijscoman, die met zijn ijswagentje strategisch voor onze school geparkeerd staat, heeft maar drie vingers. Het vriendinnetje van mijn dochter kijkt me met grote ogen aan. Mijn dochter ziet haar schrik kennelijk ook. ‘Alle mensen zijn anders,’ zegt ze plechtig. Een wijsheid die haar moeder haar van jongs af aan heeft ingelepeld. Terwijl de meiden aan hun ijsjes likken benoemen we de mogelijke verschillen tussen mensen. Ze zijn groot, klein, dik, dun, zwart, wit, lopend of rijdend, met vijf of drie vingers. Niemand is hetzelfde en dat is maar goed ook. Het zou anders erg saai worden in de wereld.

Wandelend in de zomerzon met twee blije meiden naast mijn rolstoel, is het niet moeilijk om diversiteit te bejubelen, maar in werkelijkheid is het allesbehalve vanzelfsprekend om anders te zijn. Sinds de invoering van de 20-weken echo in het basispakket van de ziektekostenverzekering, is het steeds gewoner geworden om ongeboren leven te testen en screenen op afwijkingen. Geboren worden met een afwijking wordt daardoor steeds minder normaal.

Er zijn mensen die beweren dat het huidige screeningsbeleid geen verband houdt met de waardering van bestaande mensen met een handicap en hun leven. Bestaand leven zou niet vergelijkbaar zijn met embryonaal leven. Maar dat is onzin. Selectie gebeurt niet willekeurig. Het is gebaseerd op bestaande opvattingen over een goed leven. Het feit dat in landen als India sekse-selectie plaatsvindt zegt iets over de status van vrouwen in die culturen. Evenzo verraadt onze keuze voor selectie op medische grondslag, hoe wij kijken naar mensen met een handicap.

Deze conclusie betekent niet dat ik denk dat mensen die hun kind laten screenen een uitgesproken negatief gevoel hebben over meneer B zonder armen, of mevrouw K in rolstoel. Kiezen voor selectie kan wel degelijk los staan van de waardering die mensen hebben voor individuele personen met een handicap. Maar dat laat onverlet dat het huidige screeningsbeleid het idee weerspiegelt dat de aanwezigheid van fysieke gebreken bepalend kan zijn voor de waarde van een leven. Ik zou me tegen dat idee willen verzetten. Een leven is altijd meer dan alleen het hebben van een handicap.

Daarom lijkt een kritische houding ten opzichte van prenatale selectie me zeer op zijn plaats. Want hoewel niet elke afwijking met het leven verenigbaar is, moeten we oppassen dat we het niet omdraaien en gaan geloven dat het leven onverenigbaar is met elke afwijking.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *