Te vroeg doodgaan

Niemand wil een ander die hem lief is verliezen, of zelf doodgaan en geliefden achterlaten. Deze gevoelens worden vaak tot uiting gebracht in de zinsnede dat iemand ‘te vroeg is doodgegaan’. Op dit (ervarings)perspectief valt niks af te dingen, maar wel op het idee dat de dood feítelijk ‘te vroeg’, ‘te laat’, of zelfs ‘op tijd’, zou kunnen komen.

Onlangs las ik Tonio. De requiem roman die A.F.Th. van der Heijden schreef over het verlies van zijn zoon Tonio, die op 21-jarige leeftijd stierf aan de gevolgen van een verkeersongeluk. Voor Van der Heijden is Tonio te vroeg overleden. Hij verbindt dat echter niet alleen aan zijn eigen verdriet en gemis, maar ook aan de waarde van Tonio’s leven. Voor hem voelt het alsof Tonio’s vroege dood zijn hele voorafgaande ontwikkelingsgang overbodig heeft gemaakt. Alsof een bloem na alle fasen van groei vlak voor het ontluiken wordt afgeplukt, daarmee de zin van alle voorafgaande fases vernietigend. Van der Heijden lijkt daarmee te veronderstellen dat een leven pas zin of waarde heeft, als het een bepaalde tijdspanne beslaat.

Tot voor kort keerde ik mij vooral instinctief af van het denkbeeld van een te vroege dood, maar in het boekje Windstilte van de ziel (2010) van Joke Hermsen, heb ik een filosofisch concept gevonden dat me helpt mijn moeite te begrijpen en verwoorden. Volgens Hermsen bestaan er twee soorten tijd. De tijd die je kan meten: de kloktijd, en de tijd zoals je die ervaart: de innerlijke tijd. Iedereen kent het verschil tussen deze twee tijden. Bijvoorbeeld in de ervaring dat de heenweg van een reis altijd langer duurt dan de terugweg, ook al is de afstand hetzelfde. Of dat een vakantiedag veel meer uren lijkt te bevatten dan een gewone werkdag. Ook kent iedereen het gevoel dat iets wat zich recent heeft voorgedaan als een eeuwigheid geleden kan voelen, terwijl een ingrijpende ervaring van jaren geleden, kan voelen alsof het gisteren plaatsvond.

De kloktijd is een lineaire tijd, te vergelijken met een liniaal. Deze tijd kent een chronologische afwikkeling van momenten, met een begin en een einde. Hermsen: “De kloktijd is een geabstraheerde tijd die heel praktisch is, maar die niet samenvalt met onze persoonlijke beleving van de tijd. In de innerlijke tijd ervaren we de tijd als ‘duur’. Hij valt niet in meetbare partjes uiteen, maar duurt ononderbroken voort en zorgt ervoor dat de mens nooit “een voltooid feit” is, nooit “af”, of definitief bepaalbaar.” De innerlijke tijd is dus niet onderworpen aan de wetten van de kloktijd, maar lijkt meer op een continu proces van ‘in wording zijn’.

Het idee dat iemand ‘te vroeg kan doodgaan’ berust op de notie van de kloktijd. Daarin vindt een leven zijn voltooiing als de rit volledig is uitgezeten. Dan pas is het leven ‘af’, of ‘rond’ of ‘klaar’. In de innerlijke tijd echter bestaat geen begin of einde en dus onttrekt deze tijd zich ook aan noties als ‘vroeg of laat’. In de tijd als ‘duur’ bestaat geen voltooiing. Het idee van een te bereiken eindpunt, is vanuit het eeuwigheidsperspectief van de duur een illusoir idee. Evenals de veronderstelling dat het zaad (kindertijd) pas zijn waarde krijgt in de voltooiing van de bloeiende bloem (ouderdom). In de tijd als ‘duur’ is het zaad even belangrijk als de bloem.

Te vroeg doodgaan bestaat daarom alleen in de werkelijkheid van de kloktijd. Zodra we de tijd bevrijden uit de greep van de meetbaarheid, bevrijden we het moment van sterven uit de greep van onze oordelen. Dan is ieder leven evenveel waard, kort of lang, en bestaat er geen ‘te vroege dood’.

Ik vind dat een heel troostende gedachte.

Beide boeken beveel ik van harte aan:

A.F.Th. van der Heijden – Tonio
Joke Hermsen – Windstilte van de ziel.

Picture of Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *