Ondraaglijk lijden

Een ingekorte versie van dit blog is verschenen op de opiniepagina van Trouw 22-10-2013): Alternatief voor sterven binnen handbereik

Ondraaglijk en uitzichtloos lijden is een van de criteria waar je in Nederland aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor euthanasie. Dat klinkt vrij helder en doorzichtig, maar sinds een paar dagen begin ik daar ernstig over te twijfelen. Aanleiding is het bericht dat een 70-jarige vrouw door de Levenseindekliniek geholpen is een einde aan haar leven te maken. Reden: De vrouw zou ondraaglijk hebben geleden onder haar blindheid.

De handelwijze van de kliniek is inmiddels door alle vijf Regionale Toetsingscommissies als zorgvuldig beoordeeld. Dan kun je als braaf burger denken, dat is mooi, daar is goed werk verricht, over tot de orde van de dag. Maar daar zit ‘m de kneep, dat lukt mij niet. Reden: Alle berichtgeving over deze vrouw lijkt erop te wijzen dat hier geen sprake is van ondraaglijk lijden onder blindheid. Eerder verschijnt het beeld van een vrouw die zeer veel moeite heeft gehad haar blindheid te aanvaarden. Zo wilde zij niet in een verpleeghuis wonen en ze wilde ook geen blindengeleidehond. ‘Ik wil de hond uitlaten, niet door de hond uitgelaten worden’, zo was haar redenatie. Verder was ze heel netjes en kon ze de gedachte niet verdragen dat er misschien vlekken op haar kleren zouden zitten die zij niet kon zien. (Trouw, 5 oktober 2013)

Ik moest bij de beschrijving van deze vrouw onmiddellijk denken aan de veel bejubelde film Mar Adentro. Deze film vertelt het waargebeurde verhaal van Ramón Sampedro, die ten gevolge van een duikongeluk volledig verlamd raakt en zijn verdere leven doorbrengt op bed. Hij voert een 28 jaar durende strijd met de Spaanse overheid om zijn leven te mogen beëindigen en het is niet moeilijk je te identificeren met Ramóns doodswens. Je leven lang doorbrengen op bed is geen kattenpis. Maar, en dat is een opmerkelijk detail dat in de film bijna terloops langskomt, het is Ramons eigen keuze om in bed te liggen. Hij weigert namelijk om een rolstoel te gebruiken…

Verschil in de twee voorliggende zaken is dat Ramon niet kan kiezen voor zelfdoding zonder hulp. Zijn fysieke omstandigheden ontnemen hem die mogelijkheid. Toch laat dat de vraag onverlet of je als mens niet de plicht hebt om je eigen leven zo draaglijk mogelijk te maken, alvorens je anderen vraagt jou het leven te benemen? En of het niet ook de plicht van de maatschappij is jou daarbij te helpen?

Geen rolstoel of blindengeleidehond willen, is een daad van arrogantie. Deze daad kan zeer goed ingegeven zijn door onmacht, onwetendheid of andere bemoeilijkende factoren, maar er spreekt desondanks een neerbuigende blik op hulp en hulpmiddelen uit. Het is zeer triest dat dit niet is onderkend door de specialist ouderengeneeskunde, die de zaak namens de Levenseindekliniek behandelde. Het is ook triest dat de betrokken psychiater niet heeft vastgesteld dat hier sprake is van een geblokkeerd rouw/aanpassingsproces en niet van “lijden aan blindheid”.

De maatschappij heeft de dood gegeven in de veronderstelling van ondraaglijk lijden, terwijl ze heeft nagelaten te gaan helpen bij het dragen van dit lijden. De wet spreekt – niet voor niets – nadrukkelijk over het feit dat iemands lijden ondraaglijk en uitzichtloos moet zijn. Bovendien moet de betrokken arts met de patiënt tot de conclusie komen dat er voor de patiënt geen redelijke andere oplossing dan euthanasie voorhanden is. Wie zich blind staart op blindheid zal concluderen dat daarvan in dit geval sprake is. Blindheid is als fysieke kwaal immers onoplosbaar. Wie verder kijkt, snapt dat “de redelijke andere oplossing” voor het oprapen ligt. Deze vrouw had begeleiding moeten krijgen om haar blindheid – en de daarbij horende hulp en hulpmiddelen – te aanvaarden.

Mocht zo’n traject uiteindelijk tot niets leiden, en wordt de doodswens niet gekeerd, dan is er sprake van een vraag om euthanasie vanwege ondraaglijk en uitzichtloos lijden als gevolg van een psychologisch (aanpassings)probleem, niet als gevolg van blindheid. Het is ernstig dat de Toetsingscommissies dit belangrijke onderscheid niet maken en dat zij zich laten verblinden door het gegeven “blindheid”. Dat is een onaanvaardbare wijze van omspringen met de euthanasiewet.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *