Na een moedige strijd is heengegaan…

Er valt een rouwkaart in de bus die het overlijden van tante meedeelt. Mijn oog valt direct op de overbekende woorden: na een moedige strijd is heengegaan. Op de begrafenis worden deze woorden nog eens onderstreept door tantes zoon, die opmerkt dat tante ondanks haar moed en kracht de strijd tegen kanker toch verloren had… Deze manier van spreken over een ziekteproces is heel gangbaar, maar niet altijd juist. Neem tante. Zij is allesbehalve een verliezer. Toen de dood in zicht kwam nam ze bewust van alles en iedereen afscheid en verwelkomde de dood als verlosser. Steeds meer pijn had kwaliteit van haar leven aangetast en deed haar verlangen naar het einde. Ook de aanduiding ‘moedige strijd’ doet geen recht aan tante. Zij was juist immens aanvaardend en reëel over het feit dat zij op de leeftijd van 77 jaar iets zou krijgen waaraan ze zou gaan sterven.

Kende de naaste familie tante dan zo slecht? Nee. De rest van de begrafenisceremonie deed volkomen recht aan tante en haar leven. Waarom dan toch dat zinnetje op de kaart? Dat beeld van strijd en een verliezer? Dat is alleen te begrijpen vanuit onze (taal)cultuur. Ziekte en dood zijn daarin omgeven door negatieve beelden, betekenissen en interpretaties die – al toont een mens het tegendeel – onze waarneming en ons denken beïnvloeden. Susan Sontag richtte hier in 1977 de aandacht op. Haar boek: Ziekte als metafoor, gaat over de menselijke neiging om middels beeld- en mythevorming grip te krijgen op ziekte en dood. Ze beschrijft hoe ziekte in de tijd steeds anders wordt geduid. Als straf, vloek, schande, je eigen schuld, een teken van zwakte, domme pech.

Ziekteprocessen daarentegen worden vaak beschreven in termen van strijd en oorlogvoering. Dat mag onschuldig lijken, maar taal is een machtig instrument. Het kan ertoe bijdragen dat mensen niet alleen lijden aan hun kwaal, maar ook aan de interpretaties en betekenissen die de kwaal omringen. Soms lijden mensen meer onder het culturele stigma dan onder de kwaal zelf. Eenzelfde proces vindt plaats rondom het sterven. De dood wordt gezien als vrijand. Als rover van het leven of als een persoonlijk dan dan wel medisch falen. Daarmee is de dood iets geworden dat je te allen tijde dient te bestrijden. Iets wat niet bij het leven hoort.

Sontag beschrijft hoe wij de metaforen rond ziekte zijn gaan verwarren met de ziekte zelf. Daardoor werd het mogelijk om mijn tante’s ziekteproces aan te merken als een strijd en haar dood als een nederlaag, terwijl alle feiten op het tegendeel wezen. Een gemiste kans, want hoe mooi was het geweest als tantes realisme en overgave aan de dood waren benoemd. Dat had recht gedaan aan tante en aan de dood.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *