Een graf vol leven

Het is nog niet gerealiseerd, maar het gaat zeker gebeuren. Binnen afzienbare tijd zullen er technieken op de markt komen die het mogelijk maken de duur van het leven aanzienlijk te verlengen. In Tegenlicht deze week sprak een jonge Amerikaanse wetenschapper met verve over orgaanopslag en weefselmanipulatie. Die technieken zullen helpen om de levensverwachting van mensen te verlengen met zeker 40 jaar. Daarna rest dan alleen nog het tackelen van “het probleem van de dood,” aldus de wetenschapper. “Want ziektes bestrijden is iets anders dan de dood definitief overwinnen.”

De dood als een probleem. Zo heb ik het nooit bekeken. Ik weet dat de dood tragisch is, moeilijk, definitief, plotseling of gepaard gaand met doodsstrijd. Maar een probleem? Het op deze wijze formuleren van de dood onthult veel over de denkwijze van de wetenschapper. Voor hem is de dood geen existentieel fenomeen. Niet iets dat wezenlijk bij het mens-zijn hoort. Eerder is het een technologisch te overwinnen obstakel. Zoals een auto. Die houd je het liefst zo lang mogelijk rijdend, of beter nog, je bouwt hem zo dat hij eeuwig mee kan en niet aan verval onderhevig is.

Probleem met deze zienswijze is dat mensen geen auto’s zijn. Dus waar het bij auto’s evident winst is als ze nooit kapot gaan, roept eenzelfde beeld in het menselijk bestaan onmiddellijk zingevingsvragen op. Wat zou het einde van de dood betekenen voor onze beleving van onszelf en van het leven? Hoe verandert het onze waarden? Wat doet het met onze levenszin? Onze relaties? En dan heb ik het nog niet eens over alle praktische problemen. Als een bevolking alleen maar groeit, krijgen we geheid oorlog om grondstoffen en voedsel. De aarde zal te klein blijken om ons allemaal te dragen.

Ik had de gedreven wetenschapper graag meegenomen naar het Stedelijk Museum, waar op dit moment foto’s van Jeff Wall hangen. Ik zou hem meetronen naar de giga lichtbak waarop een begraafplaats te zien is. Bladeren en vuil dwarrelen door de lucht. Er zijn geen bomen en de enige mensen zijn werkmannen in rubberen gele pakken. De foto ademt troosteloosheid uit. Verval. Leegte. Maar dan ineens is daar een open graf op de voorgrond. Een graf dat gevuld blijkt met leven. Zeeleven. Zee –sterren, -anemonen, en -egels vullen het donkere gat.

Het graf, de doodsplek bij uitstek, vult Wall met leven. Daarmee maakt hij de dood dubbelzinnig. Hij bevrijdt hem uit eenzijdige negatieve beelden (troosteloosheid, desolaatheid, leegte) en brengt een element aan dat daarmee conflicteert (de rijke biotoop van het zeeleven, de schoonheid ervan). Door dit samenvoegen van leven en dood in één beeld, zet Wall tot bespiegeling aan. Hij nodigt uit om te komen tot persoonlijke betekenisgeving. Tot een eigen innerlijk antwoord op de vraag hoe dood en leven verbonden zijn. Wat hun relatie tot elkaar is. Voor jou

Wall doet iets, dat in schril contrast staat met het idee van de dood die overwonnen moet worden door technologie. Hij maakt ruimte voor een innerlijke overwinning op de dood. Voor een persoonlijk antwoord op de zingevingsvragen waar de dood ons voor stelt. Wie erin slaagt een eigen antwoord te vinden, die overwint de dood. Niet door uitroeiing, maar door aanvaarding. Niet door een medische, maar door een innerlijke zegetocht.

Tegenlicht: zondag, 27 april 2014 De patiënt in de hoofdrol. Start fragment: 36:11 minuten

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *