De goede dood

Ik geef het maar gewoon toe. Ik zat er echt helemaal naast. In al te grote haast heb ik mij een beeld gevormd van de dood van Martin Bril, en nu – na lezing van zijn boek Het Evenwicht – Ineens kanker, rest mij niets anders dan nederig mijn ongelijk bekennen. De wijze waarop Bril was doodgegaan -in de zomer van 2008- was mij vooral voorgekomen als een gemiste kans. Uit artikelen en columns was bij mij de indruk ontstaan dat Bril tot het einde zijn naderende dood had bevochten en daarmee zijn laatste kostbare restje tijd had verdaan met zinloze behandelingen. Ik maakte me daar kwaad over, omdat de man daarmee onnodig veel pijn had geleden en kennelijk door zijn artsen niet op de hoogte was gesteld van het feit dat zijn laatste chemo-, radio- en experimentele therapieën medisch volstrekt zinloos waren. Hadden zij dat wel gedaan dan had Bril met goede palliatieve ondersteuning waarschijnlijk veel minder pijn en meer levenskwaliteit gehad. En dat was natuurlijk veel beter.

Met name op die laatste conclusie kom ik nu terug. Want het is niet zozeer dat het door mij gevormde idee over de feiten rond zijn stervensproces onwaar bleek. Het is eerder zo dat mijn interpretatie van diezelfde feiten anders is geworden na lezing van Brils verslag over zijn eigen ziekteproces. Met een schok realiseerde ik me ineens dat ik -met mijn oordelen over Brils dood- verleid was door een ideaal. Het ideaal van ‘De goede Dood'[1]. De goede dood kan opgevat worden als modern stervensideaal: Als hopen op genezing geen optie meer is, wordt de hoop gericht op een waardig sterven. In het ideale geval ziet dat waardigheidsscenario er zo uit: De zieke komt tot aanvaarding van zijn ziekte en verzoent zich met zijn naderende dood. De resterende tijd wordt gebruikt om onaffe zaken af te maken, losse eindjes vast te knopen, en de laatste restjes levenswijn met volle teugen te genieten. Dit alles zal maken dat de stervende zich met een glimlach op het gezicht en in volle overgave, in de armen van de dood zal storten.

Toegegeven ik klink cynisch. Maar dat is slechts omdat ik op deze manier het ideële karakter van dit streven het best tot uitdrukking kan brengen. Want begrijp me goed, als mensen op deze manier omgaan met hun dood of als ze ernaar streven er zo mee om te gaan, dan is dat natuurlijk prachtig. Maar verwordt dit ideaal tot een stervenssjabloon waar iedere dood in geperst moet worden, dan wordt elke andere dood ‘een gemiste kans’ of erger ‘een foute dood’.

Bril verkoos het leven boven de dood. Hij was van het vechten, niet van het aanvaarden. Hij koos voor behandeling tot de laatste snik en niet voor palliatieve zorg. Ik heb ook niet de indruk dat hij zoveel wilde ‘afmaken’, hij wilde gewoon schrijven, net als altijd. Met iets meer nederigheid in mijn blik en dankzij Brils vaardige pen, is mijn idee over de wijze waarop Bril gestorven is, radicaal veranderd. We sterven zoals we leven en een goede dood heeft meer gezichten dan één.

 

Martin Bril: Het evenwicht- Ineens kanker, Uitgeverij Prometheus, april 2011

Koos Neuvel: Hoe de hoop in leven bleef, Ontspoorde cellen- kanker in fictie, Uitgeverij De Tijdstroom, september 2011

[1]  De goede dood, is een beschrijving van Koos Neuvel die een onderzoek heeft gedaan naar de rol van hoop in ziekte- en stervensprocessen.

Picture of Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *