Verder van huis

Het is weer zover. Klachten aan mijn stuit staan het niet toe om nog langer weg te blijven uit het onzalige circuit van de hulpmiddelenbranche. Nog even heb ik de hoop dat het vanzelf overgaat, maar helaas, er rest mij niets dan mijzelf aan mijn haren naar de telefoon slepen om te bellen met Welzorg. De leverancier van hulpmiddelen in Amsterdam.

De gebruikelijke vragen van de medisch adviseur volgen. Pijn? Ja, pijn. Veel? Genoeg om te bellen. Wat wilt u precies? Nou euh, een advies over welk soort kussen wellicht meer bescherming zal bieden tegen stuitklachten. En u heeft geen kantelmogelijkheid op uw rolstoel? Ja die heb ik wel. En toch klachten? Ja, toch klachten. Tja, dan moet er een ander kussen komen. Ja, precies! Dat meer bescherming biedt… Dat zeg ik, ja.

En zo gaat het maar door. Om een lang verhaal kort te maken, ik krijg het aanbod om drie zitkussens op te komen halen. Die kan ik dan thuis uitproberen. Ik had natuurlijk direct ‘nee; moeten zeggen tegen dat aanbod, want wat heb ik aan drie kussens die niet op mijn lichaam, noch op mijn rolstoel zijn afgestemd? Maar goed, de medisch adviseur weet het altijd beter, dus liggen er hier nu drie zitkussens in huis. Ze zien er smoezelig uit. Daar gaat het natuurlijk niet om, maar je vraagt je onwillekeurig toch af hoe je aan cliënten zulke vieze kussens mee kan geven en wat er eerder met die kussens is gebeurd?

Het eerste kussen blijkt te lang. Het steekt zo’n 30 naar voren en zweeft dus gedeeltelijk in het luchtledige. Ik heb geen idee hoe ik erop moet gaan zitten. Het tweede kussen past wel, maar is zo hoog dat de lumbalen in mijn rugleuning op de verkeerde plek steun bieden, mijn hoofdsteun tegen mijn nek aandrukt en mijn armleuningen buiten bereik zijn. Hoe kan ik zo in hemelsnaam voelen of ik beter zit? Al mijn hoop is dan nu gevestigd op het derde kussen. Het is het meest vieze kussen, maar ook het meest zacht. Hij is niet te lang, niet te hoog en met lucht gevuld. Bereid en vol berusting laat ik me erin wegzakken. Waarmee alles gezegd is. Ik zak zo diep weg dat er een grote ballon tussen mijn kruis tevoorschijn piept. Opstaan blijkt niet meer mogelijk.

Het beroep van medisch adviseur mag – met alle respect – door iedere hersenloze dwaas worden beoefend, zoveel is mij na al die jaren wel duidelijk. Ik kan een kroniek vullen met verhalen over hun aanpak en zelfs op feestjes ontkom ik niet aan ze.

‘Jij zit heel fout, weet je dat wel?’ zegt een vriendin van mijn jarige vriendin, die in de hulpmiddelenbranche werkt.

Ik stik bijna in een pinda.

‘Kijk, je voetplaat staat helemaal fout afgesteld en je hebt dijbeensteunen nodig.’

Sprakeloos staar ik haar aan, maar gelukkig schiet de wijn te hulp. ‘Heb je enig idee hoe je er zelf bij zit?’ vraag ik, en wijs naar haar uitgezakte lichaam op de te lage bank van jarige vriendin.

Ze kijkt me ongelovig aan.

‘Van mij mag je hoor,’ zeg ik. ‘Als jij niks doorvertelt over mij, zeg ik niks over jou, oké?’ Ik wil haar een knipoog geven, maar dat kan ik niet.

De rest van de avond heb ik haar niet meer gezien. Misschien ging ze nog meer mensen dijbeensteunen adviseren.

Morgen gaan die stomme, vieze kussens terug en ga ik vriendelijk vertellen dat het natuurlijk niet werkt, op deze manier een nieuw kussen uitproberen. Dan zal ik horen wat de volgende geniale stap is, die mij op de pijnbank van Welzorg wordt aangeboden. Welzorg brengt u verder, is hun reclameleus. Ja, verder van huis.

Picture of Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *