Technik

Agatha Bulstronk. Schepping uit de geest van kinderboekenschrijver Roald Dahl. Een schooldirectrice die kinderen haat en ervan overtuigd is dat zij zelf nooit kind is geweest. Ze draagt een militair tenue, is kampioene kogelslingeren (en demonstreert dit regelmatig met kinderen) en sluit kinderen op in het stikhok, een zeer smalle kast waarin je door spijkers en glasscherven aan de muren, slechts stijf rechtop kan staan.

U snapt mijn verbazing als “De Bulstronk” plotseling binnenstapt, in de kamer van het Berlijnse Gasthuis waar ik een week verblijf. Ze heeft haar mouwen blijmoedig opgestroopt en kondigt aan dat ze me eens even lekker zal wassen en aankleden. Mijn warme dekbed wordt van me afgerukt en in no time heeft ze een kleddernat gastenhanddoekje op mijn lijf gekwakt. Het matras onder me raakt langzaam doorweekt. Nadat ze ‘fijn’ mijn billen heeft gewassen, reikt ze me het doekje aan, zodat ik zelf nog even mijn gezicht kan doen…

Ondertussen is de rugleuning van het bed, langzaam maar zeker omhoog gekropen. De forse benen van De Bulstronk duwen ongemerkt, maar regelmatig, tegen de afstandsbediening aan de zijkant van het bed. Uiteindelijk dreig ik – ondanks al mijn waarschuwende aanwijzingen – dubbelgevouwen te worden. Als ik haar mijn nijpende positie probeer duidelijk te maken, sust ze: ‘Alles kommt gut. Kein problem.’ Pas als mijn stem serieus in de hogere tonen van de alarmstand schiet, laat ze het bed weer zakken. Opgelucht adem ik uit.

Na het zogeheten afdrogen (je hoort potentiële smetplekken juichen) vangt het aankleden aan. Onder de noemer “Das ist Technik” (een kwestie van techniek), eindig ik in de houdgreep onder haar oksel, mijn gezicht tegen haar boezem geplet. Er rest mij niets dan overgave en de vurige hoop dat het restje adem, dat ik met mijn in grimas verwrongen mond naar binnen weet te zuigen, voldoende zal zijn om de tijd te overbruggen die het haar kost om mij in mijn T-shirt en jurk te wringen. Als dat tenslotte lukt, werpt zij mij vol voldoening terug in de kussens, de schoonheid en eenvoud van haar “Technik” bejubelend.

Eenmaal op de been, wankelend van zoveel Technik, moet mijn broek, die nog op mijn enkels hangt, opgehesen worden. Inmiddels doordrongen van haar ongerichte kracht, begin ik naarstig naar voren te schuifelen, om steun te zoeken bij mijn rolstoel. Lachend beziet ze mijn hulpeloze pogingen om me vast te grijpen. “Du hasst angst”, giert ze. “Das brauchts du nicht ze haben. Du könnst nicht fallen. Ich greife dich sofort.” Met een ferme ruk trekt ze mijn broek omhoog. Alleen de leuningen van mijn stoel, die ik – godlof –  heb weten te bereiken, voorkomen dat ik voorover smak.

Als ik ten langen leste eindelijk het zitkussen van mijn rolstoel onder mijn billen voel schuiven, zijn mijn opluchting en vreugde onbeschrijflijk groot. Controle. Baas over eigen lijf. Het stuur zelf in handen. Beleidsmakers die twijfelen aan de noodzaak van het Persoonsgebonden Budget (PGB), of willen tornen aan het recht om zelf je zorgverlener uit te kiezen, zouden verplicht een weekje moeten doorbrengen met mijn Berlijnse Bulstronk. Ik ben heel benieuwd naar hun mening nadien.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *