Redders

Meestal duurt het niet langer dan een minuut of twee voor ze me gespot hebben en met lichte paniek in de ogen op me komen afstuiven. De rest van de tijd zullen ze me niet meer uit het oog verliezen. ‘Als jij nou even hier blijft staan,’ zeggen ze, terwijl ik geen enkele aanstalte maak om e te gaan bewegen. Ze trekken een moeilijk gezicht als ik met mijn rolstoel in een gangpad sta, bang dat anderen er dan niet meer langs kunnen, al stromen die en masse langs me heen. Ze wijzen me de weg als ik die niet zoek. Geven aanwijzingen terwijl ik al uitvoer wat de bedoeling is. Kortom ze maken moeilijk wat makkelijk is.

Het zijn de verstokte redders onder ons. Je vindt ze overal waar mensen samenkomen die naar zalen, koffie, garderobe of toilet geleid moeten worden. Denk aan uitvaarten, lezingen, concerten en voorstellingen. Je loopt dus altijd het risico ze tegen te komen. Meestal zijn het vrouwen, middelbaar en altijd keurig gekleed. Ze doen wat ze doen vrijwillig, en dat dien je te waarderen. Ze zijn gespeend van iedere vorm van humor en achten zichzelf onmisbaar voor het goede verloop der dingen. Ze zuchten vaak en luid en ik begrijp de boodschap: Het valt voor hen allemaal niet mee. Mijn aanwezigheid. In een rolstoel.

Ik weet precies waarom ze zich als een havik op me storten. Ik ben een storende factor pur sang. Een bedreiging voor elke orde. Ik ben te groot, te rollend, met te vieze banden. Ik pas niet in keurig geplaatste rijen stoelen, sleep weleens een tafeltje achter mijn achterwieltjes aan, kan de koffie niet zonder knoeien naar mijn tafeltje brengen. Ik rij over tenen (nee niet expres), schamp weleens een deurpost, en ik lach heel hard als het zo uitkomt.

De behulpzaamheid die zij tonen is eigenlijk verkapte agressie. Ik kan er niks mooiers van maken. Je wilt ze slaan, maar je moet je dankbaar tonen, want ze doen alles om je te helpen! Het zijn de misbaren die zich onmisbaar achten. Ze zijn de domper op de creatieve chaos, op het toeval, op de afwijking die onverwacht gekke dingen brengt. En ik weet waarom ik een hekel aan ze heb: zij zijn de enige mensen ter wereld, bij wie ik me gehandicapt en onbekwaam voel.

Ik moet er maar weer eens een therapietje tegen aangooien.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *