Liefde voor het lot

Onze ontmoeting met de zuster is toevallig. Man en ik logeren een nachtje in hotel de Brabantse Kluis in Aarle-Rixtel en maken een wandeling in de kloostertuin van het aangrenzende klooster waar “De missiezusters van het kostbaar bloed” wonen. Er staan mooie heiligenbeelden en er is een nagebouwde Lourdesgrot. Daar, in de vochtige grotkou bij de flakkerende kaarsjes rond een beeld van Christus, komen we een oud zustertje met een rollator tegen, die ons uitnodigt om de kapel in het klooster te bezoeken. Een uitnodiging die uitmondt in het bijwonen van een viering in de kapel en een ontmoeting met zuster Madeleine, een bijzonder mooie vrouw van rond de veertig, die ondanks haar traditionele kloostertenue zeer modern blijkt te zijn. Met een pieper op zak en met kennis van de digitale werkelijkheid staat ze ons te woord.

Het is geen vreselijk langdurig of diepgaand gesprek, maar zuster Madeleine maakt twee opmerkingen die me raken. Ze legt uit waarin deze kloosterorde zich onderscheidt van andere ordes en gaat dieper in op de neiging van de mens om het leven te willen beheersen. “We richten ons op perfectie, prestatie en op gezondheid. Daar weet je vast alles van”, zegt ze en knikt naar mijn rolstoel. “Maar uiteindelijk is dat allemaal niet belangrijk. Uiteindelijk telt alleen de liefde.” Haar handen rusten op haar schoot, haar ogen rusten op mij en in mijn ogen wellen tranen op.

Haar tweede opmerking maakt ze aan het slot van het gesprek, als we al bijna buiten staan. We bedanken haar voor haar tijd en benadrukken hoe leuk we deze toevallige vonden. “Ah!” Haar stem licht op in de ruimte. “Toeval! Die schuilnaam gebruikt God als hij zijn aanwezigheid niet bekend wil maken.” Haar lach mengt zich met die van ons. Na het afscheid rest mij een gevoel van herkenning. Ik had best non kunnen worden…

Sinds deze ontmoeting denk ik regelmatig aan de woorden van zuster Madeleine terug. Het is alsof iemand ze met een marker heeft onderstreept. Vooral de begrippen Liefde en Lot blijven steeds in mijn gedachten rondzingen. En ineens weet ik wat het is dat me in deze korte ontmoeting trof: uit alles wat zuster Madeleine zei, spreekt haar vermogen om het leven (het lot) lief te hebben, precies zoals het komt. Zij en de zusters van het klooster richten hun streven niet op beheersing of controle. Zij pogen het leven lief te hebben in al zijn variëteit en niet slechts in dat wat hen behaagt of welgezind is. In het Latijn wordt die levenshouding aangeduid met de uitdrukking: Amor Fati, wat zoveel betekent als ‘liefde voor het (nood)lot’. Het is het vermogen om te omarmen wat onvermijdelijk en soms ook ongewenst is. Nietzsche zegt het zo: “Ik wil immer meer leren, om het noodzakelijke van de dingen als het schone te zien: – zo zal ik één van hen zijn die de dingen mooi maken. Amor fati: dat is van nu af aan mijn liefde!”

Tot slot van ons kloosterbezoekje wandelen we nog even door de tuin naar het kerkhof van de zusters. Langs het pad dat leidt naar de graven, staan links en rechts 13 sokkels waarop in mozaïek de kruisgang van Christus is afgebeeld. Aan het einde van het pad, prijkt tussen de graven, de veertiende en laatste statie: een levensgroot mozaïek van de verrezen Christus, ten teken van de overwinning van liefde en leven, op de dood.

Wandelend tussen deze afbeeldingen – die als geen ander de verbeelding vormen van ‘liefde voor het lot’ – snap ik ineens waarom de kloosters leeg blijven. De huidige tijdgeest staat haaks op de hier geleefde kwaliteiten. De moderne mens die de regie over zijn leven in eigen handen wil houden, kan weinig aanvatten met de principes van verzoening, acceptatie en overgave. Zuster Madeleine is met haar veertig lentes waarschijnlijk gedoemd de jongste van de orde te blijven.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *