Kinderogen

Het zijn altijd jongetjes. Eerst kijken ze van een afstand gefascineerd toe. Dan, als ze hun schroom overwonnen hebben, komen ze voorzichtig nader. Ze draaien wat om me heen en hun oogjes gaan steeds harder glimmen. Soms gaan ze op hun knietjes zitten om ook de onderkant goed in ogenschouw te kunnen nemen. Dan barst het spervuur los. ‘Hoe kom jij aan die auto?’ (lees: rolstoel). ‘Hoe hard kan hij rijden?’ ‘Kunnen die lampjes ook aan?’ ‘Waar zijn al die knopjes voor?’ Meestal eindigt het gesprek met een verzuchting. ‘Ik wil er ook wel zo één…’

Hoe anders de meisjes. Totaal niet geïnteresseerd in de technische kant van het bestaan, stellen zij de meer persoonlijke vragen. ‘Waarom zit jij in die stoel?’ ‘Ben jij oud?’ ‘Waarom kan jij niet lopen?’ ‘Is dat jouw kindje? Mag die mee op je kar?’ Eén diep meelevende uitroep van een meisje is me altijd bijgebleven: ‘Ach!! Wat is er gebeurd?’

Ik heb de reacties van beide seksen even lief. En op de vragen ga ik zo goed mogelijk in. Voor de jongens hou ik een rolstoeldemonstratie. Ik druk al mijn knopjes in, laat de boel kantelen, draaien, omhoog rijzen en ik doe voor hoe hard hij kan. Alle lichten – knipperlichten, groot licht en alarmlicht – worden geshowd. Tot slot mogen ze op mijn toeter drukken. Om teleurstelling te voorkomen zeg ik erbij, dat het een domme toeter is. Je hoort ‘m namelijk bijna niet. ‘Ja, het is een domme toeter,’ beamen ze, als ze het piepje horen. En dan willen ze weten waarom hij stom is. Waarop ik het antwoord schuldig moet blijven, want ik snap zelf ook niet waarom al mijn rolstoelen een toeter hebben die amper geluid maakt.

Bij de meisjes vertel ik over mijn zieke spieren. Eerst laat ik ze aan hun eigen arm voelen. Aan de harde botten en de zachte delen. ‘Die zachte delen dat zijn spieren,’ zeg ik. Ik laat ze springen en hardlopen en concludeer dan dat hun spieren het geweldig goed doen en de mijne niet, want die kunnen dat allemaal niet. Dat vinden ze zielig voor me, tot ik vraag of ze achterop willen springen om een stukje mee te rijden. Dan valt het sneue direct van me af.

Ja, ik heb de vragen van beide seksen lief. Maar de wijze waarop jongens reageren is wel beter voor mijn zelfbewustzijn en mijn emancipatie als gehandicapte. Bij hen voel ik me onmiddellijk cool en stoer en dat gevoel heeft me, inmiddels dertig jaar geleden, enorm geholpen geholpen bij het aanvaarden van mijn eerste scootmobiel. Naast het springende gejuich van mijn vierjarige buurjongetje, was het onmogelijk om zelf niet ook in enthousiasme te ontsteken.

Stiekem is het dan misschien toch leuker als het kleine mannetjes zijn, die toenadering zoeken. Even lekker de blits maken!

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *