Inclusiedans

Het is hot en happening: gehandicapten die dansen. Van alle kanten hoor ik erover. Van een vriendin met een moeilijk lijf, die zich vol enthousiasme in het beweeggebeuren stortte en nu al weken tobt met een lichaam dat het allemaal wat minder leuk vond. Van een andere vriendin die graag wil, maar niet durft. En nu vind ik in mijn mailbox een uitnodiging om zelf een cursus bij te wonen. DanceAble van Holland Dance. ‘De nieuwe inclusiedanscursus, bedoeld voor mensen met én zonder (fysieke) beperking.’

Inclusiedans? Wie heeft die term gesmeed? Mijn zin om te dansen verdwijnt acuut. Maar goed, laat ik niet flauw zijn en op zijn minst enig onderzoek doen naar mijn eigen verhouding tot dans. Die is, op zijn zachtst gezegd, problematisch. Onlangs werd ik daar tijdens een lezing van Simi Linton, een gehandicapte activiste uit New York, flink mee geconfronteerd. Zij en haar man organiseren jaarlijks Invitation to Dance. Een dansfeest, waar ook gehandicapten uit allerlei patiëntenbewegingen aan deelnemen. Tijdens het spreken projecteerde Simi foto’s van de dansende menigte op het feest. Het was een bonte verzameling van mensen. Lopend, rollend, krukkend en met rollators. Samen beleven ze de vreugde van bewegen op muziek. Ik kijk naar hun lachende gezichten, hun overgave en plezier en realiseer me dat ik de lol in dansen ben kwijtgeraakt. Toen mijn lichaam niet meer volgens de geldende dansnormen kon bewegen, heb ik er de brui aan gegeven. Mijn toenmalige partner ging dansen met anderen en ik keek vanaf de zijlijn toe. Of ik bleef thuis.

In de pauze van de lezing raak ik aan de praat met de ‘gezonde’ echtgenoot van de activiste. Hij vertelt me dat hij op het jaarlijks terugkerende dansfestijn, altijd op de schoot van een reusachtige vrouw in rolstoel gaat zitten. Samen geven zij dan een dansnummertje weg, aangemoedigd door anderen in een kring om hen heen. Ooit beplakte hij de hele dansvloer met bolletjesplastic, omdat hij vermoedde dat dat met al die rolstoelen, een geweldig spektakel zou opleveren. Om het geheel af te maken bracht hij ook nog vuurwerk tussen de spaken van de wielen van zijn vrouw aan.

De hele weg naar huis heb ik gehuild om de vanzelfsprekende manier, waarop deze man omgaat met andersoortige lijven. Om de creatieve twist die hij geeft aan schijnbare beperkingen. En om al die mensen, met hun gedeukte en gebutste lijven, die wél zijn blijven dansen. Die zich niet hebben laten tegenhouden door de gedachte dat dansen niet (meer) voor hen bestemd was. Want bewegen op muziek heeft natuurlijk niets te maken met een perfect werkend lijf. Wie een pink, hoofd of oog in beweging kan zetten, kan dansen. Ja, zelfs liggend op bed kun je dansen. Samen met de gedachten in je hoofd.

Hoe mooi zou het zijn als de dansvloeren van poptempels weer mede worden bevolkt door mensen, die dansen in een rolstoel, op een barkruk, of alleen met hun vingers? Als we onze cultuur weten te bevrijden uit de greep van dwingende dans-stereotypen? Misschien geven mensen, zoals ik, het dansen dan niet op en worden inclusiedanscursussen overbodig. Misschien is dansend door het leven gaan dan weer vanzelfsprekend voor iedereen.

Wie gaat er mee naar de Melkweg?

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *