Aanraking

Zoekend naar een plekje op een zonovergoten terras, zie ik ze zitten. Een meisje en een jongen, naast elkaar op een bankje. Zij, haar benen onder zich opgekruld met haar gezicht naar hem toe, hij intiem naar haar overbuigend, aandachtig luisterend naar haar enthousiaste verhalen. Hun handen raken elkaar soms vluchtig aan. Haar knieën beroeren af en toe zijn dijbeen. Ik kan mijn ogen amper van ze af houden. Ik ben gevangen in het gemak van hun aanraking. Het gemak waarmee deze twee mensen hun lichamen voegen naar elkaar.

Sinds ik een zittend leven leid raak ik anderen minder aan en word ik zelf ook minder aangeraakt. De spaarzame aanraking die er wel is, is vaak onhandig, door de prominente aanwezigheid van mijn rolstoel. Ik moet altijd oppassen dat iemand mijn bedieningspaneel niet per ongeluk aanraakt (opdat ik de persoon die mij wil omhelzen niet ondersteboven rijd), dat mijn voetplaat niet te ver uitsteekt (waardoor een poging tot omhelzing eindigt in een valpartij op mijn schoot), of ik moet alle zeilen bijzetten om mijn nek niet te verrekken, omdat de persoon in kwestie me vanuit een zeer onhandige hoek nadert (in een poging bedieningspaneel en voetplaat te omzeilen). Kortom, aangeraakt worden in een rolstoel is ingewikkeld en niet bevredigend.

Ik bevind me ook minder in situaties die uitnodigen tot fysiek contact. Zo is een bank een heel uitnodigende plaats om je even tegen elkaar aan te nestelen. Maar ik kan echt niet zitten op een bank, dus plof ik ‘s avonds in mijn ergonomisch, verantwoorde sta-op-fauteuil neer, en zwaai naar echtgenoot tegenover me op de bank. Ook in het contact met dochter kunnen lijf en rolstoel me vreselijk in de weg zitten. Jaloers kijk ik naar manlief die, als onze dochter hard op hem af komt rennen, zijn armen spreidt om haar op vangen en haar moeiteloos in de rondte zwiert. Nooit zal ik dat fysieke gemak met haar beleven. Ja, heel soms. Als ze zich in bed met haar kleine lijfje tegen me aandrukt en in slaap valt. Maar zodra de zon op is en ik plaatsneem in mijn stoel, is de lijfelijke afstand weer daar.

Het is een vreemde paradox. Lichamen maken aanraking mogelijk, maar kunnen haar ook in de weg staan. Voor mij is het één van de moeilijkere aspecten van leven met een beperkt lijf: dat dit lijf zo moeilijk verdwijnt. Ik neem een slokje van mijn koffie en kan het niet laten nog een blik te werpen op het liefdestafereeltje in de zon. Het is dan ook een wonder. Twee lichamen die oplossen in de ervaring van samen.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *