Zwaar

Pim en zijn moeder zijn van heel dichtbij gefilmd. Moeder heeft Pim op schoot. Hij lijkt een heel grote baby, met zijn spastische bewegingen en zijn grote open mond die almaar lacht. Pim is zwaar lichamelijk gehandicapt, hij kan eigenlijk helemaal niks. Zijn moeder vertelt over hun leven met een heerlijk Rotterdams accent. Haar ogen stralen en haar interactie met Pim is bijna als helder licht waar te nemen, zoveel warmte en genegenheid wisselen zij uit.

Wie meent dat wat moeder vertelt gaat over de pijn die zij beleeft aan haar gehandicapte kind heeft het mis. Haar grootste pijn ligt niet bij Pim, maar bij een omgeving die stelselmatig het uitgangspunt hanteert dat haar leven met Pim wel vreselijk zwaar zal zijn en heel beperkt. Daar heeft ze grote moeite mee: “Ze vinden je eigenlijk een soort van zielig.” In dat kader stelt ze de vraag waarom je je moet verantwoorden voor het feit dat je gelukkig bent met iemand die niks kan?

Het is een onderbelicht facet van gehandicapt zijn: De last die het gevolg is van veronderstellingen die vanuit de buitenwereld op je afkomen. Die veronderstellingen zijn als volgt samen te vatten: Het hebben van een handicap is zwaar. Je wilt er vanaf. En je bent bereid daarvoor te vechten. Binnen deze opvatting is het ondenkbaar dat je je vreugdevol kunt voelen in een beperkt lichaam. Super sexy al voldoe je niet aan het schoonheidsideaal, krachtig en onafhankelijk terwijl je zorg nodig hebt. Of dat je superblij bent met je zwaar gehandicapte kind. De veronderstelde gehandicapte en zijn omgeving worden immers geacht te lijden.

Hiermee is niet gezegd dat Pims moeder alleen maar licht en luchtigheid ervaart in de zorg voor haar zoon. Dat er geen verdriet, zorgen of diepe dalen zijn. Maar het betekent wel dat de door de buitenwereld geprojecteerde misère, zwaarder kan drukken dan de handicap zelf, of de zorg voor een gehandicapt kind. Gelukkig zijn er mensen zoals de moeder van Pim, die dit op ludieke wijze onder de aandacht brengen: iedereen die het waagt om haar leven met Pim als “zwaar” te classificeren, krijgt in plat Rotterdams te horen: “Nou dat valt wel mee hoor, hij weegt maar 24 kilo.”

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *