Niet wat het lijkt

Hij staat in een witte onderbroek maar verder naakt, op een vlot in het water. Achter hem de weidse lucht en het kabbelende water van de Sloterplas. Voor hem een zeventigtal bruiloftsgasten, in afwachting van de huwelijksceremonie die daar plaats zal vinden. Hij pakt een bus met scheerschuim en begint zich traag en uiterst nauwkeurig in te smeren. Armen, benen, voeten, borstkas. Hij zet een bril op, pakt een tweede bus en gaat verder. Haren, gezicht, nek.

‘Apart,’ giechelt dochter op mijn schoot, maar allengs raakt zij – net als wij allen – in de greep van die zeepman daar. Het naakt dat achter het wit verdwijnt. We snappen er niks van. Al helemaal niet wat dit met trouwen te maken heeft, maar hij trekt ons zijn magische cirkel binnen. Daar waar de vragen oplossen en er alleen nog maar stilte en kijken is.

Als elk plekje is ingezeept komt het bruidspaar naar voren. Zij krijgen een mand met rode rozenblaadjes, die ze op zijn hoofd en schouders plakken. Het diepe rood dwarrelt door de lucht en vormt een bergje rond zijn voeten. Het scheerschuimwit wordt rozenrood. De zeepman maakt plaats voor de rozenman. Teer en kwetsbaar staat hij daar in de open ruimte. Het dobberende vlot onder zijn rozenvoeten. Er rollen tranen over mijn wangen. Begrijp ik het? Nee? Versta ik het? Ja.

De zeep annex rozenman is Toine Klaassen. Performancekunstenaar. Zijn projecten schaart hij onder de noemer Laboratorium voor hedendaagse archeologie en als je zijn atelier ziet, begrijp je waar die naam vandaan komt. Klaassen is een jutter. Hij verzamelt alles wat anderen onbruikbaar achten en gebruikt die in performances, die  in interactie met zijn publiek ontstaan. Je kan hem ook beschrijven als een ziener. Klaassen ziet schoonheid waar anderen alleen maar afval zien. Hij ziet potentie waar anderen al zijn doorgelopen. Onttrekt het wezenlijke van de dingen aan het verval van de tijd.

Daarmee gaat hij in tegen de stroom van rationaliteit, functionaliteit, effectiviteit en bruikbaarheid die hoogtij viert in onze cultuur. Waar schoonheid te koop is in merken, maten en potjes en waar consumeren zingeving vervangt. Klaassens werk is een aanklacht tegen maakbaarheid. Tegen controle en voorspelbaarheid. Tegen alles wat af is en keurig past. Dat ik moet huilen als de zeepman transformeert tot rozenman heeft daar alles mee te maken. Uit weerzin en spot – een man in een onderbroek onder het scheerschuim – ontspruit schoonheid. Niets is wat het lijkt.

Na afloop van de ceremonie loop ik de kunstenaar tegen het lijf en spuit hij de wielen van mijn rolstoel ook nog even in met scheerschuim. Zijn twaalfjarige dochter plakt er rozenblaadjes op. Dan springt ze achterop en zwieren we samen een feestelijk rondje over het terrein. Zij heft haar been, een ballerina door wielen gedragen. Ook mijn rolstoel is even getransformeerd. Van functioneel ding naar work of art.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *