Niet allemaal hetzelfde

De zaal zit behoorlijk vol en de stelling waarover we gaan discussiëren luidt: Mensen met een verstandelijke beperking hebben recht op het maken van keuzes, ook voor het krijgen en opvoeden van kinderen. Hanneke Groenteman (ja, wat is ze oud geworden en zo dun), kijkt vragend de zaal rond. Wie wil er reageren?

Afgelopen week vierde de Rotterdamse organisatie Pameijer haar 85 jarig bestaan met een congres. Pameijer begeleidt mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek op het gebied van wonen, werken en leren. Daarmee wil men bijdragen aan volwaardig burgerschap en respect voor mensen met een beperking. Dat streven wordt tegenwoordig aangeduid met de term inclusie of inclusieve samenleving: een samenleving waarin iedereen kan meedoen en waaraan iedereen kan bijdragen. Een nastrevenswaardig ideaal.

Toch waren er die dag een paar momenten die me duidelijk maakte, dat we zelfs ten opzichte van zo’n prachtig ideaal als inclusie, kritisch moeten blijven. Want ook dit ideaal draagt het risico in zich te verworden tot een blikvernauwende ideologie. Dat gebeurt vooral als het ideaal belangrijker wordt dan de feitelijke realiteit. Goethe wees hier al op met zijn weergaloze uitspraak: Jede Konsequenz führt zum Teufel; als een ideaal tot in zijn uiterste consequentie wordt doorgevoerd, schiet het meestal zijn doel voorbij.

Zo’n uitschietmomentje vond plaats gedurende het debat rond de bovengenoemde stelling. Een stelling die behoorlijk pittig is en die vraagt om veel nuance, misschien zelfs wel om verwerping van de stelling zelf. Want valt de zinsnede ‘recht op het maken van keuzes’ eigenlijk niet buiten de orde van de problematiek waar het hier om gaat? Zou er niet beter in termen van ‘haalbaarheid’ en ‘recht doen aan’ gesproken kunnen worden, dan in termen van zelfbeschikkingsrecht?

Maar nee, juist op dit recht werd door de meerderheid – een mix van klanten van Pameijer en van Pameijer begeleiders – welwillend omarmd en benadrukt, zonder dat precies helder werd waarom. Ik merk dat wel vaker. Dat keuzevrijheid als inherent ‘goed’ wordt beschouwd. Alsof eigen gemaakte keuzes per definitie juiste keuzes zijn, die iedere verdere ethische verkenning overbodig maken.

Gelukkig was er die ochtend ook een dame aanwezig die de terreur van de massa-mening oversteeg. Zelf verstandelijk gehandicapt betoogde zij dat ze graag kinderen had gewild, maar tot de conclusie was gekomen dat dat niet verstandig was, omdat ze al zoveel moeite had om voor zichzelf te zorgen. Haar ontroerende en zinnige opmerking stond in schril contrast met de politiek correcte stemming die in de fabriekshal inmiddels van de muren droop. Ideaal en werkelijkheid kwamen elkaar hier genadeloos tegen. De onloochenbare werkelijkheid dat niet alles altijd mogelijk is of mogelijk zou moeten zijn, drong zich plotsklaps op. Ook het inclusie ideaal kent zijn grenzen.

Wat mij betreft is dat prima, want – om met een leus van Pameijer af te sluiten – de meeste mensen zijn anders. Laten we dus vooral recht doen aan ieders anders-zijn, ook als dat soms betekent dat we ingaan tegen de idealen van inclusie in.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *