Meer mens

Deze column is geschreven voor Leefwijzer, de site van de chronisch zieken-en gehandicaptenraad

Mijn vorige column (griezelen) wijdde ik de tentoonstelling Enge Dingen- Het aangetaste Lichaam. Adriaan van Dis heeft als gastconversator dit rariteitenkabinet van allerhande medische afwijkingen, samengesteld. De collectie bestaat uit oude medische atlassen met prachtige tekeningen van vreselijke ziekten, wasmodellen van lichamen die gruwelijk misvormd zijn, en foto’s van oorlogsverwondingen.

Inmiddels heb ik een bezoek aan de tentoonstelling gebracht en bij binnenkomst word ik verrast door de vormgeving van de tentoonstelling. Alle vitrine- en toonkasten zijn gehuld in gordijnen of in doeken met stoffen kleppen. Je moet ze optillen om iets te zien. Er staat ook een oude kermiscarrousel met kasten die bedekt worden door lampekappen. Ook hier moet je je actief inspannen om een glimp van de ‘enge dingen’ op te vallen. Al met al levert al dat turen het gevoel op dat je iets doet wat niet mag. Kijken wordt gluren. Zien wordt zonde.

Op de achtergrond hoor je steeds de muziek van de kermiscarrousel. Dat draagt bij aan het besef dat mensen met gebreken vroeger écht als kermisattractie werden tentoongesteld. Nieuw voor me was het feit dat deze kermissen ook werden gebruikt als voorlichtingscampagne. Door bijvoorbeeld de verminkingen te tonen, die het gevolg kunnen zijn van een besmetting met syfilis, hoopte men een verandering in de leefwijze van mensen aan te brengen. Die kermissen van toen waren dus een soort voorlopers van SIRE nu.

Trekkend van kast naar kast, trachtend een glimp op te vangen van ziektes met tot de verbeelding sprekende namen als Elephantiasis, of oog in oog staand met de verminkingen die een oorlog kan aanrichten, word ik bevangen door het gevoel dat de gekozen tentoonstellingsvorm, treffend uiting geeft aan de wijze waarop wij mensen ons verhouden tot het afwijkende: het trekt ons aan en stoot ons af. Het abnormale is aantrekkelijk en afstotend tegelijkertijd.

In een kleine filmzaal kijk ik nog naar een bezoek van Adriaan van Dis aan een verzamelaar van medische curiositeiten. Ik kijk vooral naar van Dis. Naar zijn fascinatie en heilige huiver. Naar de wijze waarop hij oprecht is aangedaan. Ik herken zijn emoties in mezelf. Wie kijkt naar de verwoesting die een lichaam kan treffen, ontkomt niet aan het besef dat wij mensen oneindig kwetsbaar zijn. Gek genoeg maakt die constatering me niet boos of opstandig. Eerder voel ik me door dit museumbezoek een beetje meer mens.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *