Griezelen

Deze column is geschreven voor Leefwijzer, de site van de chronisch zieken-en gehandicaptenraad.

Puisten, wratten, eczeem, syfilis, misgeboorten, oorlogswonden en andere gebreken. In museum Meermanno in Den Haag kunnen liefhebbers van afwijkingen hun hart ophalen. Adriaan van Dis, schrijver en estheet pur sang, heeft er als gastconversator de tentoonstelling Enge Dingen – Het aangetaste lichaam, samengesteld. Het is een waar rariteitenkabinet geworden.

Griezelen bij andermans afwijkingen was in de negentiende eeuw heel gewoon. Siamese tweelingen, vrouwen met baarden, reuzen en mensen met andersoortige afwijkingen werden er gretig bekeken. Voor lilliputters werd zelfs een miniatuurstad gebouwd waarin zij konden optreden voor bezoekers. In onze tijd is zoiets onvoorstelbaar, maar dat betekent niet we geen fascinatie meer hebben voor het vreemde en afwijkende. Laatst nog werd ik een volle minuut aangestaard door drie kinderen, die me plotsklaps in het oog kregen. Ze waren al vijf minuten, onder mijn neus, tikkertje aan het spelen, maar ineens zagen ze me echt. Ze vielen helemaal stil… en staarden. De magie werd verbroken toen ik in lachen uitbarstte. Het was ook zo komisch. Die drie bloedserieuze koppies met opengevallen monden. Mijn lachen was voor hen het sein hun spel te hervatten. De betovering was voorbij.

Kinderen wordt hun staren gemakkelijk vergeven. Anders is dat met volwassenen. De fascinatie voor wat afwijkt is taboe geworden. In een interview met Adriaan van Dis keurt Matthijs van Nieuwkerk Adriaan van Dis’ geboeidheid voor het afwijkende, af. Alsof het abnormaal is om het abnormale te willen doorgronden. Het is jammer dat van Dis meebeweegt met die classificatie, want daarmee doet hij zichzelf en de tentoonstelling tekort. Want juist temidden van een maatschappij, die alleen het perfecte en het gezonde nastreeft, is het van onschatbare waarde als het imperfecte een prominente plaats krijgt toebedeeld. Alleen daardoor kan de angst voor het vreemde verdwijnen en plaatsmaken voor interesse. Zoals van Dis zelf zegt: ‘De kapotte dingen kijken mij aan. Ze zoeken contact en zeggen: zie toch hoe menselijk het monster is.’[1]

Meermaals heb ik mogen ervaren dat het schenken van oprechte aandacht aan iets wat in eerste instantie afstoot, een verborgen schoonheid kan onthullen. Een schoonheid die uitstijgt boven de esthetiek van de gestylede, rimpel- en fantasieloze eenheidsmens. Het imperfecte nodigt uit om anders te gaan kijken naar normaliteit, gebreken en mens-zijn. Het kan diep ontzag inboezemen voor alle keren dat de natuur probleemloos haar vormen tot stand brengt, maar het brengt ook de veelzijdigheid van de (menselijke) natuur in beeld, die zich niet laat beperken door heersende schoonheidsidealen.

Ik ga zeker naar Den Haag om een middagje lekker te griezelen en met ontzag te kijken naar de veelzijdige wonderen der natuur.

[1] Citaat is afkomstig van de website van het Meermanno museum.

 

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *