Gelukkig gehandicapt

Vraag aan mensen wat voor hen het belangrijkste is in het leven en de kans is groot dat ze ‘gezondheid’ antwoorden. Daarop valt weinig af te dingen. Gezondheid is inderdaad een groot goed, maar waar we als maatschappij wel wat kritischer op mogen zijn, is de aanname dat gezondheid ook gelukkig maakt. Of omgekeerd: dat een ziekte of handicap ongelukkig maakt. Dat denkbeeld is ondanks decennia gehandicapten-emancipatie namelijk nooit verdwenen. We spreken weliswaar niet meer over ‘ongelukkigen’ of ‘gebrekkigen’ en de term ‘invalide’ (minder/onwaardig) wordt bijna niet meer gebruikt, toch blijft er een aura van ongeluk om kwalen heenhangen. Als een snoeppapiertje dat aan je vingers blijft plakken, al doe je nog zo je best er vanaf te komen.

Ik merk het zelf vaak in de kennismaking met nieuwe mensen. Als ik vertel over mijn ziekte en waarom ik in een rolstoel zit, heb ik altijd het gevoel dat ik mensen daarover gerust moet stellen. Alsof ik moet ‘bewijzen’ dat het niet erg is. Dat ik heel gelukkig en tevreden ben, niet ondanks mijn handicap maar gewoon met mijn handicap. En als ik – voor de zoveelste keer – te horen krijg hoe knap ik mij verhoud tot mijn beperkingen, bijt ik mijn tong af om geen discussie aan te gaan over de aanname die besloten ligt in die opmerking: dat het toch wel bijzonder is als je gelukkig bent met handicap en al.

Gelukkig heb ik een medestander gevonden in het idee dat de koppeling tussen gezondheid en geluk een onterechte koppeling is. Leo Bromans, auteur van het boek The World Book of Happiness, zegt in een interview in Trouw:

De Lotto winnen maakt niet gelukkig. Ja, wel voor even, maar volgens statistieken zijn Lottowinnaars na enige tijd ongelukkiger dan ze waren vóór ze dat geld bezaten. Mensen die gebonden zijn aan een rolstoel daarentegen, zijn juist tijdelijk zeer ongelukkig wanneer ze in die rolstoel belanden. Maar na geruime tijd zijn ze gelukkiger dan ervoor en zelfs gelukkiger dan mensen die niet in een rolstoel zitten. Wie niet in een rolstoel zit denkt: ’bah de bus is net weg’. De rolstoelgebruiker denkt: ‘zo, ik ben er toch maar weer in geslaagd om met rolstoel en al die bus in te komen. Ik wens u natuurlijk liever geen rolstoel toe, maar aan de lotto winnen heeft u dus ook weinig. Weet u? Ik wens u de lotto toe, met de attitude van een rolstoelgebruiker.

Ik heb het betreffende citaat uitgeknipt en in mijn agenda geplakt. Sommige uitspraken zijn koesterwaardig.

Marie-José Calkhoven

Marie-José Calkhoven

Blog delen op sociale media?

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *